zondag 12 september 2010

Er is werk te doen...

Zaterdag, na een week met weinig training, was er die wedstrijd in Terneuzen. Op de momenten dat ik wel trainde, gingen mijn gedachten voornamelijk naar de 800 meter die om 16:30 stond gepland. Zo is het eigenlijk altijd bij mijn trainingen, ik kan alleen denken aan de komende wedstrijden. Als ik zo eens wat lees van andere lopers, dat ze tijdens het lopen vraagstukken over wat voor een onderwerp dan ook, dan de oplossing ontdekken. Als ik me niet concentreer op het lopen, gaat mijn tempo er uit, loop ik te langzaam of ook nogal eens te snel.

Terug naar die 800 meter. Hoe pak ik die aan? Ben ik al zover terug in vorm dat ik kan gaan voor een betere tijd? Als die loop eenmaal is begonnen, kan ik onderweg niks meer goed maken als ik te langzaam start. Te hard van stapel lopen, kom ik mezelf gigantisch tegen na de eerste ronde. Wat had ik te verliezen, ik mocht niet verwachten dat ik, voor mijn doen, een toptijd zou lopen. Dus hard van start, en bij mij wil dat zeggen, niet hard genoeg, want ik zat al direct ingesloten. Ook vanwege een nogal lullige startprocedure. Ondanks dat het een Zeeuws kampioenschap was, mochten we zelf maar uitzoeken waar we gingen staan. Alsof we een 3000 meter gingen lopen, zeg maar. Niet echt professioneel, naar mijn mening. Nouja, na 50 meter lag ik toch op kop, na 100 meter was ik los. Meter 200, in 31 seconden, met dank aan Margot voor het doorgeven van de doorkomsten. Meter 400, de ronde in 63 seconden, en nog niet kapot. Maar tussen 400 en 600 meter zaten nu al 34 seconden. Had niet anders verwacht, want na 500 meter ging het lichtje niet langzaam uit, nee, met een baksteen werd de schijnwerper in één worp volledig gedoofd. Dan waren die 34 seconden eigenlijk nog een mirakel dat ik dat nog kon. Nog wel 200 meter af te leggen, maar het was gedaan! Kompleet leeg door de bocht, nog een ellenlange 100 meter te doen. Geen coördinatie meer, overleven was het wel. Een beroerde tijd 2'11'' nog wat, net geen 2'12''. Ik wist dus waar ik stond, nog niet optimaal. Ook geen optimale race, ik heb het alleen moeten doen. Marcel, Job de Brouwer en Ronnie Overgaauw liepen een andere race. Niet dat ik hen had kunnen volgen, maar een richtpunt vóór je doet wel iets. Marcel, natuurlijk onder de 2 minuten, Job daar vlak achter en Ronnie, de verrassing van de dag, liep zijn eerste 800 meter op een paar tienden van seconden na, in twee minuten!! Goeiendag, zegt ie!!

Voor mij, werk te doen...



Zondag, op naar Cadzand-Bad om dwars door de Zwingeul te doen. Ik had me voor genomen om daar te winnen, om dat te proberen, tenminste. Maar na die mindere 800 meter had ik zo mijn gedachten over mijn vorm op het moment. Opgestaan, terwijl de regen niet zachtjes op het zolderraam tiktte maar met bakken vol uit de hemel neerdaalden. Onderweg klaarde het al behoorlijk op, en in Cadzand was de hemel bij aankomst al behoorlijk hemelsblauw getint. Gelukkig wel, want ik heb een hekel om met doornatte schoenen een wedstrijd te lopen. Concurrentie gepolsd, ogenschijnlijk een paar snelle Belgen. Maar ook Theo Rabout en Patrick van Quekelberghe gingen deze loop aan. Meegaan, en zien hoever ik kan meegaan, of ze er misschien uitlopen. Na wat inlopen, met last van stijve kuitspieren bij het opstarten. Vreemd, ik had de laatste dagen toch niks geks gedaan? Alleen de dag ervoor een duurloop gedaan van een paar kilometer met daarin één versnelling van 800 meter. Of zou het komen van die drie Trappisten die ik s'avonds op de Koewachtse jaarmarkt had gedronken. Goed, na een beetje over het strand te hebben gelopen, het parcours verkennen (ach natuurlijk, we moeten door de Zwingeulen lopen, dus krijg ik tóch natte schoenen, stom van me), en een hellinkje óp, ging het al een stuk beter. Dat bleek bij de start, ik was nu eens als snelste weg, een première! Een klein rondje door de duinen, om dan de start te passeren, en daarna het grote avontuur. Theo was ondertussen bij mij aangesloten, en sprong als eerste de ruig kolkende en snelstromende, beroemde en beruchte Zwingeul in, die op dat moment minstens 30 cm diep was. Nadat we beide geulen hadden doorstaan (beide geulen, inderdaad, de grillen van moeder natuur), mochten we drooglopen over het strand totdat we zowat Knokke bereikten. Theo was ondertussen al gevlogen, liep vóór mij uit, en ik had nog de moed om te bedenken dat ik misschien aansluiting kon krijgen bij terugkeer over het Dodemanspad, het doorkruisen van de blanke toppen der duinen. Ik kan hier kort over zijn, dit gebeurde dus niet. En die tocht door de duinen, die viel mij duidelijk zwaarder dan de vorige jaren. Man, man, wat heb ik daar gekreund bij het beklimmen van die rottige hopen zand. Nu word dáár in die duinpannen waarschijnlijk wel vaker gekreund, maar dan wel bij aangenamere bezigheden (m/v, laten we het netjes houden) dan datgene waar ik op het moment mee bezig was. Moest ik nog uitkijken voor de tweede plaats, want Patrick kwam nog gevaarlijk dichtbij, met 10 seconden verschil tussen hem en mij bij de finish. Theo was dan zo'n 40 seconden binnen, en eigenlijk viel het mij nog niet tegen dat ik nog niet zo heel ver achter hem binnen was. Binnen in 32'02'', tegenover de 30'15'' van vorig jaar, betekent dat hier ook werk te doen is...

Eindconclussie, wil ik in Breda goed presteren, dan moet ik nog even stevig aan de bak. Aangezien deze loop al over drie weken plaats vind, denk ik niet dat ik daar op tijd voor klaar ben. Maar één ding is wel zeker, dat het dagje Breda een gezellige dag zal worden, is mijn ervaring...

1 opmerking:

  1. Ik vind dat je dat allebei knap gelopen hebt...!

    Ingrid

    BeantwoordenVerwijderen